Baby’s

Pasgeboren baby’s bezitten aangeboren eigenschappen die de basis vormen voor de eerste sociale interacties. Pasgeboren kinderen hebben een voorkeur voor het kijken naar bewegende contrastrijke voorwerpen, zoals het menselijk gezicht, en voor het luisteren naar een menselijke stem. Door reacties van volwassenen wordt een begin gemaakt met wat sociale interacties genoemd kunnen worden. Huilen en lachen van baby’s roepen bij volwassenen gedragingen op als verzorgen, troosten, kijken, glimlachen of praten. Door dit soort reacties en de betekenis die volwassenen geven aan de signalen van de baby, ontstaat er een eerste vorm van communicatie. Om de persoonlijke en sociale ontwikkeling van baby’s te stimuleren is het dan ook van belang dat de oppas nabijheid toont, reageert op uitingen van het kind en regelmatig tegen de baby praat.

Peuters en kleuters

In het eerste levensjaar is de baby nog geheel afhankelijk van de oppas. In de peutertijd worden kinderen zelfstandiger in het reguleren van hun gedrag en emoties. Behalve het verwerven van autonomie moeten peuters ook leren om aan de wensen en eisen van de omgeving te voldoen. De peutertijd wordt ook wel de koppigheidsfase en de nee-fase genoemd. De eisen van de ouders en oppas nemen in deze fase toe. Peuters moeten bijvoorbeeld leren vast voedsel te ten, zindelijk worden en de aandacht leren delen. Aan de oppas is het de taak om enerzijds grenzen te stellen aan het gedrag van het kind en anderzijds te bevorderen dat het kind zelfstandiger wordt. De oppas begeleidt het kind in zijn of haar ontwikkelingen op verschillende gebieden. In de kleutertijd breidt de wereld van het kind zich snel uit. De kleutertijd staat in het teken van de toenemende complexiteit van relaties. Vooral relaties met leeftijdsgenootjes gaan een belangrijke plaats innemen. In de kleutertijd leert een kind om zich te kunnen verplaatsen in het perspectief van de ander. Dit is nodig om relaties met anderen aan te gaan. Het is belangrijk dat de oppas het contact met andere kinderen stimuleert en het kind ondersteunt bij het aangaan van contact en het opdoen van zelfvertrouwen.

Schoolleeftijd

Kinderen in deze fase krijgen meer grip op hun emoties en hebben een groeiend begrip van de betekenis van complexe emoties. Er ontstaan hechte relaties met leeftijdsgenoten en andere belangrijke volwassenen zoals ouders, leerkrachten en natuurlijk ook met de oppas Kinderen tussen de 4 en 12 jaar zijn veel bezig met hun zelfbeeld en de manier waarop andere kinderen naar he kijken. Het is de taak van de oppas om aandacht te hebben voor de gevoelens en gedachten van het kind en daarin te ondersteunen. In de schoolfase wordt er veel van de kinderen verwacht. Thuis is een plek om te ontspannen, het is dan ook belangrijk dat de oppas de vertrouwde en ontspannende sfeer waarborgt en creëert in huis en aandacht heeft voor de belevenissen van het kind wanneer het thuis komt van school. Het creëren van een open sfeer waarin het kind zich kan uiten is van groot belang.

Verhulst, F.C. (2005). De ontwikkeling van het kind